Tab's

woensdag 20 juli 2022

WANDELENDE BOSSEN

Een bos is voortdurend in beweging. Boomzaden ontkiemen, jonge boompjes worden opgegeten of groeien uit tot grote bomen, die sterven af, waarna er weer plek ontstaat voor nieuw bos. In een natuurlijke situatie 'wandelt' een bos. Er ontkiemen bomen aan de bosrand of op een open plek, losgewoeld door wilde zwijnen, waar vogels zaden hebben verstopt of uitgepoept. 



De jonge boompjes worden deels weer opgegeten door grote grazers. Op plekken waar die grazers niet komen groeien de bomen uit tot bos. Na vele decennia of soms zelfs eeuwen, valt een boom weer om, door storm, brand, ziekte of ouderdom. Het dode hout is een rijk gevuld buffet voor allerlei schimmels en insecten als het vliegend hert. Op de opengevallen plek groeien kruiden, struiken en uiteindelijk wellicht weer bomen.

In een bos ontstaat niet zomaar een nieuw bos. In de schaduw van reuzen is het voor een klein boompje veel te donker om te overleven. Daarom is een omvallende boom, of zelfs een heel omvallend bos, door storm of brand, voor de natuur een nieuwe kans. Ook ontstaat er rond dood hout een heel ecosysteem aan schimmels, insecten, vogels en vleermuizen.

Dat ‘wandelen' doet een bos overigens in een rustig tempo. Bosranden kun je in de loop van 2 of 3 jaar zien oprukken. De overgang van grasland, via ruigte en struweel naar bos zie je in 20 of 30 jaar gebeuren. Met de hele cyclus tot volgroeid bos ben je zo 200-300 jaar verder.

BRON: ARK Natuurontwikkeling via NatuurNetNieuws Natuurnieuwsbrief juli/aug 2022; uitgave van platform GROEN! natuurlijk: www.groen-natuurlijk.nl