De lindeboom is één van de weinige bomen die een complete bloem heeft met kelk, kroon, stampers, meeldraden en schutbladen. De bloemen zitten in trosjes bij elkaar en bevatten veel honing. Vooral bladluizen zijn dol op lindebomen: ze voeden zich met het sap uit de bladeren. Ze scheiden vervolgens honingdauw uit, waar mieren en sommige bijen van eten. De vruchten zijn kleine, viltige bolletjes. De bloeiende linde geurt heerlijk, levert nectar en stuifmeel en is belangrijk voor bestuivers zoals bijen en hommels.
In Nederland
en België komen drie soorten Linde voor. De Zomerlinde (Tilia platyphyllos) is,
ondanks zijn naam, juist de vroege bloeier — eind juni tot begin juli. Hij
heeft grote, vrij ronde bladeren en een warme, donzige onderkant. De
Winterlinde (Tilia cordata) bloeit twee tot drie weken later — half juli — en
heeft kleinere, hartvormige bladeren met opvallende roestbruine haarbosjes in
de nerfoksels op de onderkant. Daarnaast vind je veel hybriden, samengevat als
Hollandse Linde (Tilia × europaea), die als laanboom in heel Europa is
aangeplant.
Bron: NatuurNetNieuws, uitgave van platform GROEN!natuurlijk: www.groen-natuurlijk.nl






