zondag 4 december 2022

BIJEN ZIJN ACTIEF IN BOOMKRUINEN VAN BOSSEN

Volgens nieuw onderzoek van de Universiteit van East Anglia bezoeken wilde bijen net zo graag het hoge bladerdak van bossen als de bloemen op de grond. De schaduwrijke binnenlanden van bossen worden doorgaans beschouwd als een slechte habitat voor zonminnende bijen. Maar een nieuwe studie toont aan dat een diverse gemeenschap van wilde bijen hoog boven de schaduw actief is - tussen de takken en bladeren van de bomen in het zonovergoten bladerdak. De boomkruinen spelen een belangrijkere rol bij het behoud van bijen dan eerder werd gedacht, waarbij de nectar- en stuifmeelrijke platanen bijzonder aantrekkelijk zijn voor bijen.

Hoofdonderzoeker Guthrie Allen van de School of Biological Sciences van de UEA, zei: "We wilden meer te weten komen over de activiteit van bijen in het bladerdak en over het potentieel van het bladerdak van bossen om wilde bijengemeenschappen te ondersteunen.”

Het team onderzocht in het late voorjaar de bijengemeenschappen in 15 bosgebieden in een agrarisch landschap in Norfolk. Allen zei: "We hebben ontdekt dat een gevarieerde gemeenschap van wilde bijen actief is in het bladerdak van het bos - en daarmee bedoelen we hoog tussen de takken en het gebladerte van de bomen. De activiteit was bijzonder hoog in de buurt van bloeiende platanen. 

We ontdekten ook dat de bijengemeenschappen verschillen tussen het bladerdak en de onderlaag - de vegetatielaag die dicht bij de bosbodem groeit. En we waren verrast dat de meeste bijensoorten net zo talrijk waren in de onderlaag van het bos als aan de zonovergoten randen van landbouwgrond.

Verder onderzoek is nodig om te begrijpen waarom de gemeenschappen in het bladerdak en de onderbouw verschillen, maar in het algemeen suggereert ons werk dat bossen een belangrijkere rol spelen in de ondersteuning van bijengemeenschappen op landbouwgrond dan eerder werd gedacht."

Bron: NatuurNetNieuws, uitgave van platform GROEN! natuurlijk: groen-natuurlijk.nl


woensdag 20 juli 2022

Nederlands bossen bedreigd door Staatsbosbeheer

Opiniestuk via het Landelijk Netwerk Bossen-en Bomenbescherming.


Een groot deel van onze Nederlandse natuur, 270.000 ha, valt onder het beheer van Staatsbosbeheer. Aangezien de Nederlandse natuur onder druk staat zou je verwachten dat Staatsbosbeheer als publieksrechtelijke organisatie prioriteit geeft aan het beschermen van deze natuur. Dat is ook het beeld dat wordt uitgedragen tijdens TV programma’s zoals 'Vroege Vogels' en 'Binnenste Buiten'. 

De realiteit is echter dat Staatsbosbeer het laatste decennium zijn focus heeft verlegd naar de houthandel en evenementenbranche ten koste van natuurbehoud.

Tussen 2013 en 2017 is het Nederlandse bos afgenomen met 5400 ha. Het aandeel van Staatsbosbeheer hierin is een afname van 1680 ha, zo’n 3360 voetbalvelden. Hoewel Nederland tot één van de dunst beboste landen van Europa behoort, wordt het merendeel van de houtoogst geëxporteerd naar bosrijke landen als België, Duitsland en Luxemburg. Samen met de Belgische houtverwerkingsgigant IBV werkt Staatsbosbeheer aan de totstandkoming van een nieuw, grootschalig houtverwerkingsbedrijf van Wood Trading & Technologies in Delfzijl. Met het resthout voldoet Staatsbosbeheer zijn leveringscontracten aan verschillende biomassacentrales waarbij men zich beroept op een achterhaald duurzaamheidsideaal dat alleen maar leidt tot meer CO2 uitstoot.

Zelfs al zou Staatsbosbeheer het rondhout beschikbaar stellen voor de Nederlandse houtmarkt, dan kan het momenteel in slechts 3% van de nationale houtvraag voorzien. Men kiest ervoor deze te laten stijgen ten koste van de laatste Nederlandse bossen. Deze handel voltrekt zich binnen een Sywert van Lienden-achtige constructie van BV’tjes en joint ventures. 

Zo verkocht Hoofd Productgroep biomassa Henk van Wanningen houtsnippers aan zichzelf als directeur van Bio Enerco, die dit doorverkoopt aan o.a. Vattenvall. En Staatsbosbeheer medewerker Zwier van Olst was directeur van SBB Projecten BV en Energiehout BV en verzorgde als externe FSC keurmeester de certificering voor zijn eigen biomassa..

Om deze lucratieve handel ten volste te benutten creëert Staatsbosbeheer volop nieuwe natuur. Daarbij worden zonder uitzondering bosrijke gebieden vervangen door bosarme heidevelden, duinen en natte natuur. Men strijkt via het Subsidie Natuur en Landschap (SNL) flinke bedragen aan subsidie op en de bomen worden verkocht als hout en biomassa. Een win-win situatie.


Maar Staatsbosbeheer plant toch ook veel nieuwe bossen aan?

Dat valt nogal tegen, de beloofde 37000 ha nieuw bos is nog lang niet gerealiseerd, waarbij tevens aangemerkt dat een gedeelte hiervan verplichte herplant is vanwege kap. Bovendien krijgen deze bossen veelal een productiefunctie, waardoor slechts 6% van de bomen ouder mag worden dan 100 jaar. De natuurlijke levensduur van een beuk is zo’n 150 tot 200 jaar en eiken en linden kunnen vele malen ouder worden. Van de vorming van een uitgebalanceerd ecosysteem is dus geen sprake. Staatsbosbeheer noemt dit trouwens geen productiebossen maar “multifunctionele bossen”. Men schat blijkbaar in dat de 21e eeuwse mens ondertussen zo afgestompt is dat ie blijmoedig tussen de boomstoppels paradeert.

En die 1/3 deel natuurbos waar Staatsbosbeheer herhaaldelijk mee schermt? De zogenaamde collectie van 'bosparels'?

Dat zijn de bossen met een zeer hoge recreatiedruk vol wandel- en fietspaden (niet zelden opgevuld met schadelijk natuuronvriendelijk afval). De bossen waar Staatsbosbeheer ook graag allerlei evenementen organiseert zoals rally’s, nachtwandelingen en outdoor runs. Dit staat ver af van het beeld van een natuurlijk bos dat floreert bij rust en een natuurlijke ontwikkeling. Bovendien telt men voor het gemak, om maar tot dit jubelend uitgedragen percentage te komen, ook singels en bossnippers mee.

 

Staatsbosbeheer organiseert een groot nachtelijk evenement in Natura 2000- gebied Elswout; een bioscoopvoorstelling met honderden bezoekers en horeca.


De onlangs ontwikkelde bossenstrategie die nog door de kamer geloodst moet worden zou paal en perk moeten stellen aan de exploitatie van onze bossen maar deze ademt duidelijk de invloed van Staatsbosbeheer. Na een lyrische lofzang op de schoonheid van bos en beemd wil men de houtoogst toch vooral laten groeien want: “Een lichte toename is wenselijk omdat mensen zich meer verbonden kunnen voelen met het bos via het gebruik van hout en waardering voor het product.” Met het opvoeren van dergelijke absurde argumenten lijkt men andere belangen te willen verdoezelen.

De natuur mag alleen bestaan als het een economisch doel dient zoals houtvoorziening, decor voor evenementen en plaats biedend aan woningbouw, natuurbegraafplaatsen, zonneparken (met een schaamlap groen eromheen) en windmolens. Nergens mag de natuur gewoon natuur zijn, terwijl het voortbestaan van ons ecosysteem de allerhoogste waarde vertegenwoordigt; namelijk het bieden van een biotoop aan het leven op onze planeet. Staatsbosbeheer, de organisatie die onze laatste natuurlijke bossen zegt te beschermen, vormt in de praktijk zelf de grootste bedreiging en kan daarbij helaas ongecontroleerd zijn gang gaan, want het systeem zit in ons land zo in elkaar dat Staatsbosbeheer zichzelf mag controleren; een o.i. zeer ongewenste, ongezonde en schadelijke ‘Slager Eigen Vlees’ situatie. 



Kaalslag in Boswachterij Ruurlo 


Inmiddels overwoekerd door de Japanse Duizendknoop.

 


WANDELENDE BOSSEN

Een bos is voortdurend in beweging. Boomzaden ontkiemen, jonge boompjes worden opgegeten of groeien uit tot grote bomen, die sterven af, waarna er weer plek ontstaat voor nieuw bos. In een natuurlijke situatie 'wandelt' een bos. Er ontkiemen bomen aan de bosrand of op een open plek, losgewoeld door wilde zwijnen, waar vogels zaden hebben verstopt of uitgepoept. 



De jonge boompjes worden deels weer opgegeten door grote grazers. Op plekken waar die grazers niet komen groeien de bomen uit tot bos. Na vele decennia of soms zelfs eeuwen, valt een boom weer om, door storm, brand, ziekte of ouderdom. Het dode hout is een rijk gevuld buffet voor allerlei schimmels en insecten als het vliegend hert. Op de opengevallen plek groeien kruiden, struiken en uiteindelijk wellicht weer bomen.

In een bos ontstaat niet zomaar een nieuw bos. In de schaduw van reuzen is het voor een klein boompje veel te donker om te overleven. Daarom is een omvallende boom, of zelfs een heel omvallend bos, door storm of brand, voor de natuur een nieuwe kans. Ook ontstaat er rond dood hout een heel ecosysteem aan schimmels, insecten, vogels en vleermuizen.

Dat ‘wandelen' doet een bos overigens in een rustig tempo. Bosranden kun je in de loop van 2 of 3 jaar zien oprukken. De overgang van grasland, via ruigte en struweel naar bos zie je in 20 of 30 jaar gebeuren. Met de hele cyclus tot volgroeid bos ben je zo 200-300 jaar verder.

BRON: ARK Natuurontwikkeling via NatuurNetNieuws Natuurnieuwsbrief juli/aug 2022; uitgave van platform GROEN! natuurlijk: www.groen-natuurlijk.nl

OUDE GROTE BOMEN

Niet elk type groen in een stedelijke omgeving heeft hetzelfde positieve effect op de mens. Eén grote boom met een stevige kruin doet meer dan 10 kleine jonge bomen. Dat blijkt uit een grootschalige studie van Belgische onderzoekers van de Katholieke Universiteit Leuven.


De onderzoekers maakten gebruik van vliegtuigbeelden gemaakt op basis van de LiDAR techniek. Die techniek, in combinatie met een bijzonder algoritme voor de verwerking van de data, stelde hen in staat een heel gedetailleerd 3D-beeld te krijgen van het bomenbestand in een stedelijke omgeving. Ze konden 616.379 bomen identificeren, een beeld schetsen van de grootte van hun kruin en het aantal boomstammen op een bepaalde oppervlakte in kaart brengen.

De patronen die het onderzoek aantoont zijn verrassend. De onderzoeksresultaten suggereren dat het bewaren van oude, grote bomen in een stedelijke omgeving vanuit gezondheidsperspectief meer waarde heeft dan het aanplanten van 10 nieuwe jonge bomen. 

Meer informatie is te vinden in de publicatie 'Residential exposure to urban trees and medication sales for mood disorders and cardiovascular disease in Brussels, Belgium: An ecological study' in Environmental Health Perspectives.

Bron: Katholieke Universiteit Leuven; NatuurNetNieuws Natuurnieuwsbrief juli/aug 2022; uitgave van platform GROEN! natuurlijk: www.groen-natuurlijk.nl