zondag 11 oktober 2026

Linde (Tilia spp.)

De lindeboom is één van de weinige bomen die een complete bloem heeft met kelk, kroon, stampers, meeldraden en schutbladen. De bloemen zitten in trosjes bij elkaar en bevatten veel honing. Vooral bladluizen zijn dol op lindebomen: ze voeden zich met het sap uit de bladeren. Ze scheiden vervolgens honingdauw uit, waar mieren en sommige bijen van eten. De vruchten zijn kleine, viltige bolletjes. De bloeiende linde geurt heerlijk, levert nectar en stuifmeel en is belangrijk voor bestuivers zoals bijen en hommels.

In Nederland en België komen drie soorten Linde voor. De Zomerlinde (Tilia platyphyllos) is, ondanks zijn naam, juist de vroege bloeier — eind juni tot begin juli. Hij heeft grote, vrij ronde bladeren en een warme, donzige onderkant. De Winterlinde (Tilia cordata) bloeit twee tot drie weken later — half juli — en heeft kleinere, hartvormige bladeren met opvallende roestbruine haarbosjes in de nerfoksels op de onderkant. Daarnaast vind je veel hybriden, samengevat als Hollandse Linde (Tilia × europaea), die als laanboom in heel Europa is aangeplant.



In tegenstelling tot de meeste andere bomen bloeit de linde pas laat in het seizoen. Dit komt omdat de linde bloeit aan twijgjes die pas dat jaar gevormd zijn. De bloeiwijze bestaat uit een bloemgestel voorzien van een speciaal gevormd langwerpig blad, waardoor zaadverspreiding met de wind mogelijk wordt.


Vanaf de 16de eeuw werd de boom aangeplant op voorpleinen van middeleeuwse kastelen. Later werden linden aangeplant bij bijzondere gebeurtenissen en werd er in de dorpen onder de linde vergaderd en gedanst. Volgens de legende huist er in de linde het 'zoete lindewezen'. Zij werd als de boom van liefde en trouw gezien en symboliseert vrouwelijke gratie, schoonheid en geluk. Als je een beschermster van je woning zoekt, kun je een linde planten. Vroeger plantte men ook leilindes voor het huis omwille van de zonnewerende functie tijdens de zomer.

Bron: NatuurNetNieuws, uitgave van platform GROEN!natuurlijk: www.groen-natuurlijk.nl



Verhoogde kans op spontane takbreuk bij oude beuken

Op een aantal plekken in Gelderland en Utrecht wordt door medewerkers van de Bosgroepen spontane takbreuk geconstateerd, voornamelijk bij oude beuken.

In veel gevallen is dit het gevolg van een combinatie van de aanhoudende droogte en het gewicht dat de bomen nu dragen. De kronen worden topzwaar en breken uit. Het blijkt in de praktijk moeilijk in te schatten of er een vergroot risico is op takbreuk, ook niet door een extra visuele beoordeling of boomveiligheidscontrole uit te laten voeren. 

Dit kan wel van belang zijn om te kunnen aantonen dat aan de zorgplicht is voldaan.

Zonder documentatie is het lastiger om aan te tonen dat er geen sprake is van achterstallig onderhoud. Met name op locaties waar een verhoogd risico op schade aan derden bestaat zoals bij parkeerplaatsen, erfgrenzen en openbare wegen, is het voor eigenaren aan te bevelen om te checken of het onderhoud van bomen voldoende is geborgd.


Bron: Unie van Bosgroepen/ NatuurNetNieuws, uitgave van platform GROEN!natuurlijk: 

www.groen-natuurlijk.nl



Galappel / galwesp

Soms zijn ze glad en groen als een appeltje, soms bruin en bobbelig als een oude knikker. Ze ontstaan door de aanwezigheid van een piepklein insect: de galwesp. Galwespen zijn vliesvleugelige insecten, die met een lange legboor hun eitjes in planten leggen, waarna gallen ontstaan. Hierdoor raakt de ontwikkeling van de plant ontregeld. De plant groeit vervolgens om het ei heen en creëert daarmee een gal.

De bekendste soort is de eikengal (blad)wesp (Cynips quercusfolii) die op de onderkant van eikenbladeren 3 centimeter grote gele tot rode galappels veroorzaakt. Met het afzetten van de eitjes spuit de galwesp ook gif in de bladknop wat ervoor zorgt dat het bladweefsel gaat opzwellen en zacht wordt. Uit de eitjes komen larfjes die zelf ook stoffen uitscheiden die de groei van de gal bevorderen. Uiteindelijk ontstaan de gallen. De eitjes van de galwesp zijn hier goed beschermd én de 'appel' biedt voedsel aan de larven.


Aardappelgallen hangen in het voorjaar op diverse plaatsen in zeer grote aantallen aan de eiken. Ze zijn sponsachtig, onregelmatig gevormd en kunnen wel vijf centimeter groot worden.


Bron: NatuurNetNieuws, uitgave van platform GROEN! natuurlijk: www.groen-natuurlijk.nl


donderdag 8 oktober 2026

Veel obstakels bij boomaanplant

Veel boeren willen meer bomen planten, maar in een onderzoek uitgevoerd door Urgenda geeft 63% aan hierin te worden geremd door verplichte onderzoeken, vergunningsaanvragen en ander papierwerk. Urgenda hield een enquête onder boeren en daarbij gaf 91% van de respondenten aan meer bomen te willen planten. Maar alle verplichtingen die gepaard gaan bij het planten van bomen kosten de boer meer dan 2000 euro en gemiddeld 27 uur werk.

Zowel gemeenten, als provincies en waterschappen hebben regels over het planten van bomen op landbouwgrond en de meerderheid van de boeren overziet deze regels niet. Urgenda vindt dat verschillende overheden moeten samenwerken om de nodige regels duidelijker te communiceren en één aanspreekpunt moeten bieden voor boeren. Ook kan de vergunningsplicht in de meeste gevallen worden vervangen door een eenvoudige meldplicht.



Bron: Urgenda/ NatuurNetNieuws, uitgave van platform GROEN! natuurlijk: www.groen-natuurlijk.nl