maandag 8 november 2021

OUDE MALEBOSSEN

Op de Nederlandse zandgronden bereikte het bosbestand rond 1800 een dieptepunt. Opgaande bossen waren er nauwelijks meer. Ze waren ontgonnen tot landbouwgrond of veranderd in heide of stuifzand. Maar op de Veluwe bestonden nog bossen die de tand des tijds hadden doorstaan: de malebossen. Deze zeer oude bossen bestaan nog steeds, en in delen ervan staan nog dezelfde bomen als rond 1800. Door hun ouderdom hebben ze een bijzondere vegetatie. Ze onderscheiden zich ook landschappelijk van de jongere bossen.

 

Malebossen nu: boombos met dansende bomen.

Het oude beheer van de maalmannen heeft landschappelijk een goed herkenbaar bostype nagelaten: boombos. Boombos is een oude aanduiding voor opgaand bos. Dat was in de negentiende eeuw een uiterst zeldzaam bostype, omdat toen vrijwel al het Nederlandse bos uit hakhoutbos bestond. Een groot deel van het boombos in Nederland stond op de Veluwe. Veel van dat boombos is inmiddels gekapt of vervangen, maar in de oude malebossen zijn er nog stukken van te zien. In het boombos staan bomen die er onder het beheer van de vroegere maalschappen ook al stonden. Vroeger waren dat vooral eiken, maar die zijn onder invloed van de dominante beuk in aantal verminderd. Het boombos is nu te herkennen aan de kromme stammen, de lage takinzet en de hoge moskragen aan de stammen. Vanwege de beweeglijk ogende bomen wordt dit wel het bos van de dansende bomen genoemd.

 

Bron: Rijksdienst voor cultureel erfgoed, Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Staatsbosbeheer; via NatuurNetNieuws: https://groen-natuurlijk.nl/



maandag 11 oktober 2021

BOOM VAN HET JAAR 2021

Uit 125 aangemelde bomen met hun bijbehorende verhalen heeft de jury twaalf bomen (één voor iedere provincie) genomineerd. 

https://www.deboomvanhetjaar.nl

Van 1 september tot en met 18 oktober (12.00 uur) mag iedereen in Nederland stemmen op de boom van zijn of haar keuze via de website www.deboomvanhetjaar.nl. De boom met de meeste stemmen wordt uitgeroepen tot De Boom van het Jaar 2021. Deze winnaar wordt in het najaar feestelijk gehuldigd en is tevens de Nederlandse inzending voor de European Tree of the Year 2022. Nederland is een van de 16 deelnemende landen.

https://www.deboomvanhetjaar.nl/stem-op-uw-boom



Hieronder een kort overzicht van de genomineerden per provincie:

- Drenthe: De Menora-boom (Meppel)

- Flevoland: De Koningsboom (Zeewolde)

- Friesland: De kinderboom die baby ’s brengt (Jubbega)

- Gelderland: Een koninklijke boom (Nederhemert-Zuid)

- Groningen: Een enorme overlever (Den Ham)

- Limburg: De linde bij de oude pastorie (Maasniel)

- Noord-Brabant: De kloosterboom van de Eikendonk (Den Dungen)

- Noord-Holland: Een boom met een oorlogsverhaal (Velsen)

- Overijssel: De Kroezeboom (Tubbergen)

- Utrecht: Een boom met een familiegeschiedenis (Rhenen)

- Zeeland: De kastelein (Oudelande)

- Zuid-Holland: Het Graf van de Onbekende Dichter (Rotterdam)


Bron: SBNL Natuurfonds/ NatuurNetNieuws, uitgave van platform GROEN! natuurlijk: 

www.groen-natuurlijk.nl



dinsdag 7 september 2021

Inspraaknotitie voor de Raad van Lochem betreffende Evaluatie Pilot Duurzaam beheer laanbomen buitengebied

Inspraaknotitie van de Bomenstichting Achterhoek voor de Raad van Lochem betreffende Evaluatie Pilot Duurzaam beheer laanbomen buitengebied

Allereerst willen wij een compliment geven voor de gedurfde omslag in denken over het boombeheer in de gemeente Lochem, die door enkele van uw ambtenaren in samenwerking met Circulus Berkel is omschreven!

De totaal andere insteek in de nota “Eindevaluatie Pilot Duurzaam beheer laanbomen buitengebied” (versie 180521) komt sterk overeen met het gedachtengoed dat de Bomenstichting Achterhoek (BSA) in 2015, als vertegenwoordigers van een van de belangengroepen, al hadden en dat toentertijd ook hebben uitgedragen.

De uitgebreide berekeningen die wij via een eigen beheerplan voorhanden hadden en die naar nu blijkt vrij nauwkeurig waren, werden toen door de gemeente genegeerd.

Jammer dat de toenmalige verantwoordelijken van de gemeente Lochem daar niets mee wilden doen, want daardoor is er in 5 jaar zeer weinig bereikt en is veel gemeenschapsgeld voor niets uitgegeven. Jammer ook dat de BSA de belangengroep moest verlaten, omdat wij geen verantwoordelijkheid wilden dragen voor hetgeen later in de nota “Uitgangspuntennotitie Duurzaam beheer bomen buitengebied ” van maart 2016 is vastgelegd.

Genoeg over de geschiedenis!

O.a. de onderstaande voorstellen in de nota “Eindevaluatie Pilot Duurzaam beheer laanbomen buitengebied” (versie 180521) stellen ons tevreden, mits deze ook uitgevoerd worden:

   De intentie om een goed en juist onderhoudsmaatregelenpakket vast te stellen;

   De intentie om een flinke financiële verruiming door te voeren;

   De intentie om op korte termijn de achterstallige herplant weg te werken;

   De intentie om een regelmatige VTA uit te (laten) voeren;

   De intentie om de boomsoortenlijst klimaatadaptief te maken;

   De intentie om externe expertise van Bomenstichtingen te benutten;

   De intentie om de BSA en ander groepen breed en tijdig te informeren;

Tenslotte:

   Daar waar in de nota geschreven wordt over herplant, gaat men uit van de omtrekmaat 8-10.

Voor niet ingewijden, dit is voor boomkwekerijen na de “spil” de eerste verkoopbare maat. Het zijn boompjes met een stamdoorsnede van ± 3 cm op 1 meter boven het maaiveld. Deze maat wordt evenals de spil ook met een “kale wortel” geleverd en daardoor dus gevoelig voor uitdroging tijdens de periode boven de grond.

   Een ander nadeel van deze maat is dat ze zeer gevoelig zijn voor vandalisme. Binnen de kom of in de periferie van de stad, vooral daar waar het uitgaansleven langs komt worden de dunne boompjes vaak afgebroken, waardoor meerdere keren een nieuw exemplaar geplant moet worden. Op die plekken moet met zwaardere maten gewerkt worden. Wij adviseren daar, m.u.v. populieren, wilgen en andere zeer snelgroeiende soorten, minimaal 12-14 te gebruiken, maar liever nog de maten 14-16 of 16-18, zoals in de gemeente Zutphen b.v. gebruikelijk is. Een voordeel van zwaardere maten is dat ze gewoonlijk “in kluit” geleverd worden en dus veel minder snel uitdrogen tijdens de bovengrondse periode.

   Het planten van deze zwaardere bomen gebeurt veelal machinaal, waardoor makkelijker een ruimer plantgat gemaakt wordt. Op deze manier kan ook beter bodemverbetering worden toegepast.

   In de nota staat dat droge zomers en ziekten een grote rol spelen bij uitval van bomen. Ongetwijfeld is dat zo, maar is ook onderzocht hoe de kwaliteit van de wegbermen is? De vraag is namelijk: “waardoor de bomen afsterven en daar kunnen een slechte verdichte bodem, slecht maaibeheer, verschraling en zout-intolerantie debet aan zijn”.

   Bodemverbetering “toepassen waar nodig” zoals is de nota staat is een nogal vaag begrip. Wil je een correcte aanbesteding kunnen doen dan moet in het plan van aanpak duidelijk omschreven worden welke eisen er aan een goede groeiplaats worden gesteld. Maak inzichtelijk waar het knelt en kom met structurele oplossingen.

De BSA hoopt dat alle in de nota genoemde voornemens kunnen worden uitgevoerd en wensen u daar veel succes mee!

Met vriendelijke groet,

Bomenstichting Achterhoek




zondag 5 september 2021

NIEUWE PLANTTECHNIEK

Een groep Duitse wetenschappers heeft een methode ontwikkeld waardoor boomwortels dieper in de grond groeien waardoor de bomen beter bestand zijn tegen droogte. De resultaten van de eerste experimenten met de planttechniek in Berlijn en op de campus van het Karlsruhe Institute of Technology zijn veelbelovend.


De onderzoekers boren bij de wortels van een boom een gat in de grond met een diameter van circa 12 tot 20 centimeter en minstens een meter diep. Dit gat wordt gevuld met een mix van split en terra preta. In dat gat groeien de wortels van de geplante boom verder en na een tijdje zullen ze onder de split en terra pretalaag uitgroeien.

De methode wordt vanaf dit voorjaar getest op de campus van het instituut en in Berlijn bij beuken, esdoorns, linden en Leyland cipressen. Met sensoren in en bij de geboorde cilinders wordt het vochtgehalte gevolgd.

Bron: Karlsruhe Institute of Technology/ NatuurNetNieuws, uitgave van platform GROEN! natuurlijk: www.groen-natuurlijk.nl



dinsdag 3 augustus 2021

In Oostenrijk overal in de bossen infoborden die belang van bomen benadrukken. 






zondag 4 juli 2021

NIEUWE KAART MONUMENTALE BOMEN

Op de Atlas Leefomgeving is sinds kort de nieuwe kaart Monumentale Bomen te vinden. De kaart toont alle bomen uit het Landelijk Register van Monumentale Bomen van de landelijke Bomenstichting.

Sinds 2014 verzamelt de Bomenstichting bomen die van nationaal belang zijn in het Landelijk Register van Monumentale Bomen. Om op deze lijst te komen, moeten bomen minimaal 80 jaar oud zijn, in goede gezondheid zijn en een levensverwachting hebben van zeker 10 jaar. Daarnaast moeten de bomen ook aan één van de volgende eisen voldoen: een cultuurhistorische waarde hebben, beeldbepalend zijn voor de omgeving, zeldzaam zijn in soort, van bijzondere ecologische of natuurwetenschappelijke waarde zijn of zeldzaam vanwege omvang, hoogte of ouderdom.

De heksenboom van Zwarte Kaat, Bladel

De waarde van bomen neemt toe naarmate ze ouder worden. Eén boom van 150 jaar oud verdampt op een zomerse dag zo’n 8.000 liter water en kan dus met een bladoppervlakte van 3.000 vierkante meter aardig wat CO2 omzetten. Dit is vergelijkbaar met 500 bomen van 10 jaar oud. Volgroeide oude bomen zijn dus een kostbaar bezit.

De kaart Monumentale Bomen is te raadplegen in de Atlas Leefomgeving: https://tinyurl.com/3vhe3jvb

Bron: Nature Today/ NatuurNetNieuws, uitgave van platform GROEN! natuurlijk: www.groen-natuurlijk.nl


LANGSTE BOOMGAARD VAN EUROPA

Het moet de langste boomgaard van Europa worden: 33 kilometer aan fruit-, laan- en sierbomen, geplant in de groene strook tussen de A15 en het geluidsscherm van de Betuwelijn.


De boomgaard zal het zicht vanaf de snelweg verfraaien, vangt fijnstof op, biedt plek aan vogels en insecten en geeft ook de identiteit van het rivierengebied weer.

In totaal zullen er 24.243 bomen worden aangeplant.

Dit jaar worden enkele pilots uitgewerkt en op enkele locaties de eerste bomen geplant. Hier is onder andere de stichting De Langste Boomgaard voor opgericht. Er zullen nog veel auto’s over de A15 rijden voordat de langste boomgaard van Europa is gerealiseerd, maar het begin is er.


Bron: Nature Today/ NatuurNetNieuws, uitgave van platform GROEN! natuurlijk: www.groen-natuurlijk.nl



woensdag 23 juni 2021

AANPLANT WILDE BOMEN

Op dit moment is er een groot draagvlak voor de aanplant van bomen. Meer bomen is gunstig voor de CO2-huishouding, voor het vangen van fijnstof en biedt nieuwe mogelijkheden voor een gevarieerd landschap met meer biodiversiteit. De vragen die zich daarbij aandienen zijn: welke bomen komen in aanmerking en waar worden ze aangepant. Het gaat er niet alleen om hoeveel duizend hectare bos we de komende jaren moeten of willen aanplanten, maar ook serieus over met welk plantgoed en op welke plek. 

De oude boskernen, de ancient woodlands en oude houtwallen zijn het groene erfgoed bij uitstek. Deze resten van het oude cultuurlandschap zijn als genenbron zeer waardevol. Die waarde moeten we koesteren en kan als inspiratiebron worden gebruikt voor nieuwe aanplant. Dit geeft ook de beste waarborgen om de regionale landschappelijke identiteit te bewaren en ondersteunt een duurzame landbouw.

Fladderiepen in de Nationale Genenbank

In de recente uitgave ‘Behoud Groen Erfgoed, Plan voor het behoud van bedreigde wilde bomen en struiken in Nederland’ wordt een helder beeld geschetst van de waarde van de wilde bomen en struiken in ons land. En van de slechte staat van instandhouding hiervan.

Wilde bomen en struiken zijn zeldzaam. Er is een landelijke genenbank voor bomen en struiken ingericht in de boswachterij Roggebotzand (Flevoland). Tal van locaties met aanzienlijke populaties wilde bomen en struiken zijn aangewezen als gecertificeerde oogstlocaties (rassenlijstbomen.nl). Steeds meer wordt onderkend dat bij aanplant met ecologische doelen en zeker ook in of in de buurt van Natura 2000-gebieden uitsluitend gebruik moet worden gemaakt van dit wilde plantmateriaal.

Bron: Nature Today/ NatuurNetNieuws, uitgave van platform GROEN! natuurlijk: 

www.groen-natuurlijk.nl


OOIBOS

 Ooibossen zijn rijke ecosystemen en vormen het meest opvallende landschapsonderdeel van natuurlijke overstromingsvlaktes langs rivieren. Het Kennisnetwerk Ontwikkeling en Beheer Natuurkwaliteit (OBN) heeft een aantal onderzoeken uitgevoerd naar de kansen voor nieuw ooibos in Nederland. Dit vormde de aanleiding voor een brochure met een overzicht van de actuele kennis over deze bijzondere ecosystemen.

Ooibossen vormen uitermate rijke bossystemen. De samenstelling en soortenrijkdom van ooibos is afhankelijk van de geografische ligging langs de rivier, de overstromingsduur en het voorkomen van processen als kwel, windworp en begrazing. Wat opvalt bij ooibos is de rijke variatie aan mossen, korstmossen en schimmels. Ook de lianenbegroeiin-gen met hop, bosrank en besanjelier in met name het hardhoutooibos zijn bijzonder. De insectenrijkdom is groot, net als het aantal soorten broedvogels en vleermuizen. Daarnaast zijn soorten als bevers en boomkikkers kenmerkend. Het geluid van deze laatste soort kan in de nabije toekomst weer het kenmerkende voorjaarsgeluid van onze ooibossen worden. 

Een van de belangrijkste actuele bedreigingen voor de kwaliteit van de zachthoutooibossen in Nederland is de daling van de gemiddelde grondwaterstanden in veel uiterwaardgebieden, met name onder invloed van insnijding van het zomerbed/de vaarweg. Met de daling van de gemiddelde rivierstanden dalen ook de (grond)waterstanden in uiterwaardgebieden en overstromingsfrequenties met dito snelheid. Hierdoor kunnen zachthoutooibossen verdrogen. Het areaal dat geschikt wordt voor hardhoutooibos wordt daarmee echter steeds groter (dit bostype is soortenrijker en groeit droger), maar is nog steeds afhankelijk van kortstondige en weinig frequente, maar periodieke overstromingen. 

Bron: Nature Today/ NatuurNetNieuws, uitgave van platform GROEN! natuurlijk: www.groen-natuurlijk.nl


woensdag 16 juni 2021

Lindes langs de kerk in Zelhem

Rondom de kerk in het centrum van Zelhem, gemeente Bronckhorst, staat een flink aantal prachtige lindes. Sommige hebben gaten in de stam waarin nesten van Kauwtjes.




De ingegroeide ring aan de stam was om paarden aan te binden.



zaterdag 22 mei 2021

Law and order

Law and order

In de afgelopen raadsvergadering kwam de kap van het bosje bij het Blik aan de orde. Wethouder Frank stelde dat: “de bomen kapvergunningsvrij zijn en daarom een sanctie zoals een boete niet tot de mogelijkheden behoort”. Dit verhaal raakt echter kant noch wal en het is een gotspe dat de raadsleden van de dominante partijen dit voor zoete koek accepteerden.

Het is helaas waar, dat door de deregulering alle bomen binnen de bebouwde kom vogelvrij zijn (behalve de bijzondere bomen). Dat betekent dat je een boom op je eigen grond mag kappen, maar natuurlijk niet een boom op de grond van je buurman.

Door Oldenhuis BV is opdracht gegeven om het hele bosje te kappen en het hout af te voeren. Dit bosje is eigendom van de gemeente, dus van ons allemaal. Hiermee is dus zowel een economisch- als een milieudelict gepleegd. Dat is geen ongelukje en het heeft niets te maken met een kapvergunning.

Als ik met mijn auto per ongeluk een gemeenteboom onherstelbaar beschadig, krijg ik (terecht) een boete en een herplant plicht van een boom van vergelijkbare grootte (en die kan zeer prijzig zijn!). Kapt een bedrijf echter tientallen gemeentebomen om, dan gebeurt er niets.

Dit doet sterk denken aan het feit dat kleine vergrijpen zwaar bestraft worden (Toeslagenaffaire) en grote bedrijven tientallen miljoenen kunnen verduisteren zonder consequenties. Hoezo, law and order, VVD en CDA?

Nog steeds worden milieudelicten, het illegaal kappen van bomen en houtwallen etc. niet serieus genomen. Het is economisch slecht meetbaar en dus onbelangrijk. Lucebert schreef al: ” Alles van waarde is weerloos”. Wanneer wordt er nu eindelijk eens een keer serieus gehandhaafd?

Jaap Cannegieter, voorzitter Bomenwacht Gemeente Oost Gelre

22 mei 2021.


zaterdag 1 mei 2021

ZORGPLICHT BOMEN

Via de zorgplicht is een boomeigenaar wettelijk aansprakelijk als een boom schade toebrengt aan derden, omdat hij niet goed onderhouden is. De eigenaar is via de zorgplicht dus maatschappelijk verplicht om zijn bomen en bos goed te verzorgen en zo de kans op schade te minimaliseren. Men spreekt vaak van drie vormen van zorgplicht:

Algemene zorgplicht

Algemene zorgplicht houdt in dat er in ieder geval regulier en regelmatig onderhoud aan bomen en bossen moet plaatsvinden afhankelijk van leeftijd, omvang en groeiplaats, waarbij boomveiligheid een aandachtspunt is. Dat varieert van vijfjaarlijkse tot jaarlijkse controles.

Verhoogde zorgplicht

Staan de bomen op een locatie met een verhoogd risico, bijvoorbeeld langs een laan, fietspad of bij een parkeerplaats? Dan is een intensievere controle nodig, bijvoorbeeld eens per jaar of eens in de 3 jaar.

Onderzoeksplicht

Deze geldt voor bomen waar een uitwendige afwijking, een gebrek of een ziekte is vastgesteld. Het gaat om bomen die nu of in de toekomst mogelijk een gevaar opleveren. Van de eigenaar wordt verwacht dat hij kan aantonen in hoeverre aan deze zorgplicht is voldaan. In een verslag moet staan welke bomen gecontroleerd zijn, hoe vaak, wanneer precies en hoe de controle heeft plaatsgevonden. Een beschrijving van eventuele gebreken en afwijkingen is ook onderdeel van de rapportage.

Bron: Bosgroepen/

"NatuurNetNieuws", uitgave van platform GROEN!natuurlijk: http://groen-natuurlijk.nl


maandag 19 april 2021

"Voor een land dat we door willen geven". Brief aan het CDA van een verontruste burger

Geachte heer, mevrouw,

Ik las op de CDA website de slogan "Voor een land dat we door willen geven".

Omdat het een holle, nietszeggende frase is moest ik me er meer in verdiepen wat ermee bedoeld wordt. Immers in welke staat wil het CDA het doorgeven?

Als ik denk aan een gezond land op meerdere fronten, denk ik aan sociaal, economisch maar misschien wel het belangrijkste een gezonde omgeving: gezonde lucht, schoon water en een schone bodem. Dat is de basis van alles. Zonder een gezonde leefomgeving is de rest niks waard.

Als ik inzoom op het natuurbeleid zie ik dat het CDA gaat voor rentmeesterschap, de zorg voor cultuur en natuur. "We hebben de natuur en cultuur geërfd van onze voorouders en te leen van de mensen die na ons komen."

Dus het CDA beweert dat de natuur van de mens is en dat het in handen blijft van de mens.

Dat betekent dat de mens de heerschappij heeft over de natuur, de dieren en alles wat leeft. Dus Gods schepping is in handen van de mens.

We zien in de praktijk dat de mens er een zootje van maakt. Ook veel boeren die massaal CDA stemmen of hebben gestemd, hebben door het gebruik van pesticiden, herbiciden, kunstmest, drijfmest, megastallen, uitstoot van ammoniak etc. de omgeving ernstig vervuild en het landschap aangetast. Dat noem ik geen zorg voor de omgeving. De omgeving is van iedereen, zowel van alle mensen, maar ook van alle dieren.

Het grasland wordt met gif ontdaan van paardenbloemen, herderstasjes, muur en andere kruiden, zodat er een groene monocultuur grasmat overblijft.  De insecten en weidevogels sterven daardoor uit. Er is geen voedsel te vinden. Ook het bodemleven wordt daardoor aangetast. We zitten in een biodiversiteitscrisis!

Ook zijn we verantwoordelijk voor de ontbossing in het Amazonegebied. Omdat we de soja kopen voor het veevoer waar miljoenen hectares aan oerwouden zijn en worden gekapt.

Datzelfde gebeurt in NL. We hebben nog maar amper 10% bos. Ik zie houtwallen, singels en hagen verdwijnen door boeren die CDA stemmen en ook elke zondag naar de kerk gaan. Dat is toch niet hoe je met Gods schepping om wilt gaan?

Het zou het CDA sieren om haar leden op te roepen meer rekening te houden met natuur en landschap, de biodiversiteit en een omslag te maken naar kringlooplandbouw. En houtsingels en hagen te herstellen en te beschermen. Op te komen voor de boerennatuur, de weidevogels maar ook andere dieren die vroeger wel voorkwamen op onze landbouwgrond.

Samen met de natuur en niet tegen de natuur door deze terug te dringen. Gewoon zoals God het bedoeld heeft, want Hij heeft het niet voor niets geschapen. Helaas heeft de mens ervoor gezorgd dat er al 75% aan insecten verdwenen is in west Europa.

Ik zie graag uw reactie tegemoet over hoe u denkt hoe deze biodiversiteitscrisis aan te pakken en ook de afbraak van ons landschap te stoppen en te herstellen.

Met vriendelijke groet,

(Naam bekend bij onze Stichting).




vrijdag 9 april 2021

De Mythe van Bleker, Boskap en Staatsbosbeheer

Al lange tijd gaat incorrecte informatie over Staatsbosbeheer (SBB) rond. Volgens deze mythe zou het zo zijn dat vanwege het beleid van Bleker SBB sindsdien gedwongen is meer te kappen als gevolg van geldgebrek. Was dat maar zo..

Wanneer was Bleker aan het roer? Korte tijd: van 2010-2012. Volgens deze mythe komt het gekap allemaal door het gesnoei uit Den Haag.

Die informatie komt inderdaad voor rekening van SBB maar is onjuist in twee opzichten:

Het eerste is deze: 

Nauwelijks was de zetel van Bleker verlaten, of zijn opvolger Sharon Dijksma en daarna Henk Kamp trokken de beurs weer open. SBB “ving” bij wijze van spreken weer dubbel. De traditionele bosbouwers bij SBB bleven het beleid bepalen. Zie hierover later meer.

De tweede reden die de onjuistheid aantoont is deze: 

SBB was al “druk” met houtkap – lang voordat Bleker het Haagse toneel betrad. Staatsbosbeheer is zogenaamd zelfstandig geworden, geprivatiseerd eind jaren negentig. Kort daarna is SBB vrijgesteld van de verplichtingen van de Boswet. Echter vóór die tijd was SBB zeker al zeer actief in het verwijderen van bos, de zogenaamde “exoten”, uit de Nationale Parken in Nederland, naast andere “herinrichtingsmaatregelen”.

Grondslag van die maatregelen was een Beheer en Inrichtingsplan (BIP) voor ieder park. Gezamenlijk maken deze nationale parken onderdeel uit van de Ecologische Hoofdstructuur, (EHS) die in de jaren negentig is opgezet op grond van Nationaal beleid. Nationale Parken werden voorgezeten door een soort “overlegorgaan”, waarin zitting: alle natuurbeheerders en alle bevoegde gezagen.

Tijdens die bijeenkomsten werd door de vertegenwoordigers besproken wat er zou gebeuren maar de interne stukken waren nauwelijks verkrijgbaar. Het Beheer en Inrichtingsplan -BIP- was niet voor inspraak vatbaar.

Maar dat BIP is tot heden ten dage wèl grondslag voor het beleid zoals dat nu in de bossen plaatsvindt! Op grond van dit beleid, dus geen wet en regelgeving, wordt Nederland weer “nat”, en prevaleert stikstofgevoelige natuur.

Ook bos hoort in die visie niet thuis: wel ‘hoogveenbos’. Dat herinrichten begon grootschalig in 1990, zodra het gebied was aangewezen als Nationaal Park.

Van groot belang is daarnaast de verwerving van landbouwgronden om deze verschralings-doelen te bereiken. Nederland voert, in tegenstelling tot wat wordt beweerd, de EHS uit en misbruikt de Natura 2000-richtlijnen om die landelijke doelen te bereiken.

(Mocht u er in geïnteresseerd zijn te weten “hoe en wat” dan komt die informatie wel later).

Nu SBB; dit is de achtergrond van het opereren van Staatsbosbeheer:

Uitgewerkt in twee nationale parken die ik op de voet heb gevolgd, resulteerde dit in het Dwingelderveld vanaf 1988 in grootschalige kap van alle Douglas sparren, grootschalige dunning, en herontwikkeling van veen. Ik herinner me nog het Holtveen en Koelevaartsveen “waar weer hoogveen zou gaan ontstaan”. Hoewel dit niet ontstond kostte dit zeer veel bosopstand, dat nooit is gecompenseerd. Merkwaardig was ook dat SBB nergens vergunning voor nodig had- hetgeen in een richtlijngebied (Vogelrichtlijn (Vr) voor de Zwarte Specht sinds 1989 en Vogel-en Habitatrichtlijngebied (VHR) sinds 2004) – dwingend voorschrift is -passende beoordeling vooraf!-  en Natuurmonumenten toen wel vergunningplichtig was.

Op grond van een van de stukken, die de voorlopers van Stichting De Woudreus konden verkrijgen vanwege toevallig op zo’n bijeenkomst aanwezig, was het stuk: “Op weg naar een ander bos”, leidraad voor de mars van 2002-2015 en werd Staats- Boswachterij Dwingeloo gekapt, heringericht en of grootschalig gedund.

Dit onderhandse stuk was van de hand van Staatsbosbeheer. Het waren 3 à 4  A4tjes, maar verstrekkend – dit was contrair aan het toen geldende bestemmingsplan en wat nog curieuzer is, in strijd met art. 4 Lid 4 Vogelrichtlijn/art. 6 Habitatrichtlijn (Hr)./art 7 Hr. en art 12-16 Hr.

Op grond van de richtlijn heeft een gebied dat kwalificeert voor een soort of een habitat (van een soort) recht op strikte bescherming sinds de aanwijzing door Brussel en voordat het betreffende gebied is aangewezen in nationale wetgeving als SBZ. Dat gold voor de HR weliswaar vanaf 2004, maar Dwingelderveld was toen al Vogelrichtlijngebied voor de Zwarte Specht. De Vogelrichtlijn staat dit helemaal niet toe.

En voor alle duidelijkheid nogmaals: richtlijnverplichtingen gaan voor elke nationale wetgeving en al helemaal voor nationaal beleid als omvorming en EHS. De laatste twee nationale beleidsmaatregelen dienen dan ook, zodra een gebied VR of Hr gebied is of beide, met onmiddellijke ingang te worden gestopt (Hof van Justitie C-06/04)

Nee, “al dat kappen moest van Brussel” aldus ook Alie Edelenbos, toenmalig gedeputeerde van Drenthe. Dat is dus het einde van de kwalificerende soort Zwarte Specht, daar kan Rob Bijlsma het nodige over vertellen. “Ontneem een dier zijn habitat en het is gebeurd”.



Wie en wat was dan Staatsbosbeheer? Staatsbosbeheer was in 1998 geprivatiseerd. Maar geen ZBO.

 N.a.v. PVV vragen over ontbossing had ik nog het volgende in mijn annotaties:

Afgelopen jaren is al op tal van manieren (vooral ook door Rikus Jager CDA) gepoogd om met Kamervragen te dwingen tot andere keuzes. Niet gelukt. Steeds antwoorden van hetzelfde kaliber: “We doen het zorgvuldig, goed voor de natuur, moet van Europa, iedereen wordt gehoord” etc. etc.

Voor wat betreft die bijzondere regeling waar SBB zich voortdurend op kan beroepen als het gaat om ontbossingen voor de natuur cq “andere natuur”: dat is de “Regeling verlening ontheffing aan Staatsbosbeheer” van 24 febr.2000 (stcrt 2000,40) http://wetten.overheid.nl/BWBR0011180/geldigheidsdatum_25-11-2010

De kern daarin is: Artikel 2:

1. Aan Staatsbosbeheer wordt ontheffing verleend van de kennisgevingsplicht, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wethttp://wetten.overheid.nl/BWBR0002357/geldigheidsdatum_25-11-2010#AfdelingII_Artikel2

2. Voor de gevallen, waarin velling geschiedt ten behoeve van natuurlijke verjonging of waarin met het oog op de realisering van een ander natuur(sub)doeltype dan bos op basis van een regionaal beheerschema, beheervisie of beheersplan van het Staatsbosbeheer houtopstanden worden geveld, wordt aan Staatsbosbeheer ontheffing verleend van de herplantplicht, bedoeld in artikel 3 van de wet: http://wetten.overheid.nl/BWBR0002357/geldigheidsdatum_25-11-2010#AfdelingII_Artikel3

3. De ontheffingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden slechts verleend voor zover de velling van houtopstand plaatsvindt op een terrein dat Staatsbosbeheer in eigendom heeft. 

Doordat SBB in die gevallen geen kennisgeving hoeft te doen van voorgenomen velling hoeft ze ook niet te herplanten ter plaatse of te planten op een andere plek als compensatie. Er is niet een enkele boseigenaar die zo’n faciliteit heeft. (En dat is maar goed ook!)..

Andere argumenten zijn met weinig moeite aan te leveren. (Het is nu “Het internationaal jaar van het bos” (Verenigde Naties/FAO), Ontbossing goed voor 20% CO2 uitstoot. Minister Verburg was op het wereldpodium sterk als het ging om andere landen op te roepen zorgvuldig om te gaan met hun bossen, riep op een einde te maken aan ontbossing, maar deed er thuis in NL vrijwel niets aan.

Overigens:

SBB is een Zelfstandig bestuursorgaan ingesteld met een speciale wet op de verzelfstandiging van het Staatsbosbeheer. SBB valt niet onder de kaderwetgeving op de ZBO’s(!) SBB is niet geprivatiseerd. SBB wordt door de belastingbetaler gefinancierd. Bij de behandeling van de Kaderwet op de ZBO’s op 31 oktober 2006 kreeg (citaat uit stenogram) Luijten (VVD) te horen van minister Nicolai : “Staatsbosbeheer valt niet onder de nieuwe kaderwet. Maar wat dit bestuursorgaan dan wel is als het geen ZBO is, kon de minister nog niet zeggen. We kunnen niet alles in een keer ordenen. Over deze tussencategorie denken we na, zei de minister.”

Ook al omdat er aan dat nadenken sindsdien niets is gebeurd en er destijds de toezegging werd gedaan dat deze kaderwet over 5 jaar zou worden geëvalueerd waarbij de criteria: rechtsstatelijkheid, democratie, effectiviteit en efficiëntie centraal staan, is dat misschien een extra opstap bij het denken over een ander SBB.

Dat denken is ook nog steeds niet gebeurd.

SBB is dus niet genoodzaakt door Bleker om geld te gaan verdienen door bos-kap, SBB had al vele BV’s toen Bleker Den Haag nog niet eens had gezien.

Daarnaast is het gewoon onjuist dat SBB minder geld kreeg van Den Haag: zie: https://interessantetijden.nl/2017/09/02/staatsbosbeheer-duurzaam-ondernemer-oekraiene-stijl/

Verder zijn de opvolgers van Bleker er als de kippen bij geweest om “de natuur” weer op de been te helpen, d.w.z. van geld te voorzien. Daarnaast is de biomassacentrale in Purmerend een verdienmodel geworden – immers vanaf 2003 was er al het biomassa-akkoord!-  naast de natuur die moest worden omgevormd op grond van het Nederlands beleid : bos voor wensnatuur met Life subsidie voor kap en natuurontwikkeling.

Dus ik had graag een en ander teruggezien, omdat we maar 1 ding willen: meer geld voor bos-behoud en niet meer geld voor nog meer BV’s en kronkelpaden, natuurontwikkeling ten koste van bos, heckrunderen en andere hobby’s van de heren SBB.

Het geld klotst tegen de plinten en daar heeft Bleker op grond van het toen geldende akkoord, op gekort. Als gezegd: dit is volledig te niet gedaan door de opvolgers van Bleker.

Kap vond ook voordien al rijkelijk plaats. Net zoals nadien…

In de hoop dat u het beeld dat van SBB wordt geschetst in die zin wilt bijstellen, want roofbouw als gevolg van geldgebrek is gewoon onjuist.

Mieke Vodegel, Stichting De Woudreus

 

  

KRENTENBOOMPJE (Amelanchier lamarckii)

Het spreekwoord zegt: Iemand die niets uitvoert zit op z’n krent, haalt de krenten uit de pap als hij het beste voor zichzelf wil en is krenterig als hij niets met anderen wil delen. Die krenterigheid geldt zeker niet voor het krentenboompje. De bladeren ontluiken in april en zijn paarsig waardoor ze een prachtige combinatie vormen met de massa witte bloempjes die tegelijkertijd verschijnen met de blaadjes, die dan nog met fijne, witte zilverhaartjes zijn bezet. 


De witte bloemen hebben lange smalle blaadjes en geuren heerlijk. Tegen eind april, begin mei valt het krentenboompje vooral op in houtwallen, heide en bosranden (ook langs snelwegen). Het wordt ook wel juni-boom genoemd omdat in juni de vruchten (krenten) rijpen. Tijdens het rijpingsproces zitten groene, donkerrode en blauwzwarte vruchten door elkaar. Blauwzwarte (of donkerpaarse) krenten zijn van nature zoet en heel geschikt om jam van te maken of te laten drogen. Amelanchier is een woord uit Savoie (Frankrijk) en betekent mispeltje. Het is een bron van vitamine A en de smaak lijkt op die van de bosbes.

 

Wanneer ze voor eventueel eigen gebruik niet afgedekt worden met gaas, dan zijn er meerdere kapers op de kust want merel, lijster en spreeuw zijn verzot op de zoete vruchtjes. In de zomer is het krentenboompje vrij onopvallend, maar in de herfst kunnen we genieten van de prachtige oranje-gele bladeren. 

Bron: NatuurNetNieuws, uitgave van platform GROEN!natuurlijk: www.groen-natuurlijk.nl


zaterdag 13 maart 2021

HOE HOOG WORDT EEN BOOM?

De hoogste boom van Nederland is ruim 50.5 meter hoog. Het is een Douglas (Pseudotsuga menziesii) die staat op het Loo bij Apeldoorn. Vergeleken bij de enorme bomen in Californië is het echter een dreumes.


Onlangs kwam hij tijdens een uitzending van de Slimste mens weer voorbij. Met de naam Hyperion is deze mammoetboom  (Sequoia sempervirens) met ruim 115 meter hoog de hoogste boom ter wereld. Hij staat langs de kust in  het Redwood National Park in het Noordwesten van Californië. Onder de huidige omstandigheden kan hij nog een kleine twintig meter hoger groeien.

De Amerikanen bestudeerden tientallen sequoia’s (Sequoia sempervirens), inclusief de de Hyperion. Deze sequoia is net een kop groter dan de Utrechtse Domtoren. In het  Redwoods National Park, waar de studie plaatsvond, staan 89 van de 116 hoogste bomen op aarde (hoger dan 107 meter). In de studie betrokken Koch en zijn team niet alleen de hoogste boom op aarde, maar ook nummer twee, vier, zes en acht, stuk voor stuk reuzen van meer dan honderd meter. Bij zulke indrukwekkende bomen horen indrukwekkende getallen. De bomen zijn meer dan 2000 jaar oud, en hebben aan de voet een stamdiameter van meer dan 5 meter.
In Nederland staan verschillende familieleden van deze reus. Zo staat er een Sequoiadendron giganteum in Brummen bij huize Veldzicht. Dat is weliswaar niet de hoogste boom van Nederland, maar wel de dikste.

NatuurNetNieuws, uitgave van platform GROEN!natuurlijk: www.groen-natuurlijk.nl


woensdag 3 februari 2021

EUROPESE BOOM VAN HET JAAR 2021

De eeuwenoude Moeierboom in Etten-Leur gaat voor de titel 'Europese Boom van het Jaar 2021'.

De verkiezing heeft tot doel om mensen bewust te maken van het belang en de schoonheid van bomen. Van 1 t/m 28 februari kunt u stemmen via: https://www.deboomvanhetjaar.nl om de boom aan de overwinning te helpen. 

De eeuwenoude karakteristieke Moeierboom op de Markt is de Nederlandse kandidaat voor deze verkiezing. De boom staat al die jaren symbool voor verbinding. De karakteristieke boom is een plek voor ontmoeting, verbroedering en vermaak op zonnige dagen. Tijdens de wintermaanden is ze dankzij ruim 8.000 lampjes een bron van licht.

Ze werd in oktober vorig jaar tijdens de jaarlijkse nationale verkiezingen met een overweldigende meerderheid van 3.593 stemmen verkozen tot Boom van het Jaar 2020. Volgens natuurbeheerder SBNL Natuurfonds is de Moeierboom "uniek en beeldbepalend.”

De 345 jaar oude grootbladige linde staat op de Markt in de Brabantse gemeente, op de plek waar vroeger recht werd gesproken. De boom heeft een heel bijzondere vorm, omdat de top lang geleden door bliksem of storm is verdwenen. Sindsdien groeit de boom in de breedte, inmiddels ondersteund door een ijzeren frame.

Het is niet duidelijk hoe de linde aan de bijnaam is gekomen. De meest waarschijnlijke verklaring is dat Moeier een verbastering is van moeder. De boom maakt vanuit de wortels veel nieuwe scheuten, die als zelfstandige boom verder kunnen groeien.


Hier ziet u de andere finalisten: https://www.treeoftheyear.org/NL  Aan de Europese verkiezing nemen 16 landen deel.

De uitslag wordt in maart bekendgemaakt in het Europees Parlement in Brussel.

Bron: NatuurNetNieuws, uitgave van platform GROEN!natuurlijk: www.groen-natuurlijk.nl


vrijdag 1 januari 2021

KLEINE PENSIOENEN BOS

Verzekeraar Zwitserleven heeft een bos aangeplant met het geld dat beschikbaar is gekomen door de vervallen heel kleine pensioenen. In het Groene Woud in Brabant zijn vrijdag 27 november 2.000 bomen geplant.

Sinds 1 januari 2019 zijn de regels voor kleine en heel kleine pensioenen gewijzigd. Heel kleine pensioenen van maximaal 2 euro bruto per jaar zijn komen te vervallen en hoeven niet meer te worden uitbetaald. De 15.000 euro die hierdoor beschikbaar is gekomen wordt nu gebruikt voor het aanplanten van bomen.


Zwitserleven werkt samen met Trees for All. Deze organisatie investeert in bomen. Nieuwe bossen worden aangelegd in Noord-Brabant en Limburg op voormalige landbouwgronden. Er worden verschillende soorten bomen geplant om de biodiversiteit te vergroten en om CO2 vast te leggen. Voor iedere boom die Zwitserleven doneert aan het bosproject in Nederland, plant Trees for All tevens een boom in een buitenlands project.

Bron: Stichting Trees for All; NatuurNetNieuws, uitgave van platform GROEN!natuurlijk: www.groen-natuurlijk.nl



dinsdag 22 december 2020

Kaalslag voor natuur?

Reactie van Henk Rampen op artikel in de Stentor:  

https://www.destentor.nl/ommen/welles-nietes-over-kaalslag-in-de-natuur-waarom-zou-je-bos-inruilen-voor-heide~ad46b6c6/

In het artikel over bomen kappen voor heide in de Stentor van zaterdag 5 december doet de verantwoordelijke gedeputeerde een opmerkelijke uitspraak: "Overijssel is rijk aan specifieke natuur die was verbost". Hoezo specifieke natuur? Hoezo verbost? Spontane boomgroei op heide is volstrekt natuurlijk. Waar de mens niet aan te pas gekomen is. Een tussenstap in de successie naar bos.

Heide daarentegen is het tegenovergestelde: een in de middeleeuwen, en daarvoor door de mens gecreëerd graasland voor schapen. Niet om natuur in stand te houden maar om van te leven. Ontstaan door het kappen van bos, ja toen ook al, en roofbouw. Op veel plaatsen zo erg dat er zelfs geen heide meer wilde groeien. Met als gevolg zandverstuivingen die huis en haard bedreigden. In de 19e eeuw werd het grootste deel van deze zogenaamde woeste gronden bebost of ontgonnen. Mede hierdoor kon op de zandgronden de welvaart weer toenemen. 

Heide gelijkstellen aan natuur getuigt dan ook van weinig historisch besef en ecologisch inzicht.

Ook misleidend in het artikel is de stelling dat "het moet van Brussel". Een gotspe. Wat we zogenaamd van Brussel moeten, hebben we eerder zelf ingestoken. Mede ingegeven door financiële overwegingen want Brussel beschikt over een goed gevulde subsidiepot. En dan is het aantrekkelijker om dure natuur (bijv. heide) in te steken dan goedkope (o.a. bos). Brussel heeft er slechts een klap op gegeven; ons succes gewenst met de uitvoering en de geldkraan opengedraaid.

Je achter Brussel verschuilen als je je je eigen beleid moet verdedigen is slap en laf.



maandag 7 december 2020

Schokkende voorbeelden uit de praktijk bij Staatsbosbeheer, door Jacob Vis

Jacob Vis (Haarlem 1940) was bijna dertig jaar bosbeheerder in Oostelijk Flevoland, met een intermezzo als interim-manager in Staatsnatuurreservaat De Weerribben. In de laatste zes jaar van zijn loopbaan was hij consultant voor Staatsbosbeheer waarin hij onder meer de gemechaniseerde houtoogst bij Staatsbosbeheer en de nieuwe bedrijfstak energiehout opzette. In beide functies publiceerde hij baanbrekende rapporten op bosbouwgebied.


Inleiding

In 1998 leidde ik voor Staatsbosbeheer een landelijk project over gemechaniseerde houtoogst: een methode die in grote bosbouwlanden de traditionele houtoogst vrijwel geheel had verdrongen. In plaats van mannen met motorzagen, paarden en trekkers om bomen te vellen en het bos uit te slepen, rijden er nu peperdure oogstmachines door het bos om bomen tot sortimenten op te werken, gevolgd door even dure uitrijdcombinaties om die sortimenten het bos uit te rijden en langs de bosweg te stapelen. Er komt geen hand meer aan te pas, alleen om de handels van de machines te bedienen.

Het was net zo’n revolutie als de maaidorser in de graanoogst. Na efficiency was ergonomie het tweede argument om de houtoogst te mechaniseren. Het zware (volgens velen zelfs onverantwoord zware) handwerk behoorde nu tot het verleden. Of dat helemaal waar is waag ik te betwijfelen, want wie tien uur achtereen in een oogstmachine over oneffen bosterrein hobbelt, komt er, ondanks de perfecte zetels en de vrijwel geluiddichte cabine, soms gebroken uit. Maar de vooruitgang was niet te stuiten en via Scandinavië, Denemarken en Duitsland bereikte de nieuwe methode ook ons land. In de echte bosbouwlanden heb je grote oppervlakten bos met één of twee boomsoorten waar oogstmachines prima uit de voeten kunnen, maar de vraag was hoe die enorme apparaten het zouden doen in onze kleinschalige, gevarieerde en intensief bezochte bossen. Hoe zou het publiek reageren als ze zo’n mastodont bezig zagen in hun gekoesterde wandelbos en hoe zouden we schade aan bos en bodem kunnen voorkomen als die machines door ons bos rijden? Veel boseigenaren koesterden bij voorbaat koudwatervrees tegen gemechaniseerde oogst, zoals gebruikelijk bij een nieuwe methode. Dat gebeurt overigens niet alleen in ons vak.

Voor ons, Staatsbosbeheerders, kwam er een onzekere factor bij. We hadden tientallen jaren ons hout op stam verkocht en onze praktijkervaring met hout oogsten en verwerken was ver weggezakt. Van gemechaniseerde oogst hadden we al helemaal geen kaas gegeten. Tezelfdertijd wilden we de regie weer in eigen hand nemen en ons hout rechtstreeks in grote partijen aan de afnemers verkopen. De sterk versnipperde houtverkoop per regio veranderde in centrale verkoop via het hoofdkantoor. Dan moet je weten wat je doet en om daar achter te komen kreeg ik opdracht de nieuwe techniek voor onze staatsbossen te testen in een uitvoerige oogstproef.1 Ik koos als proefgebieden vijf boswachterijen die bekend staan om hun lastige werkomstandigheden, zoals geaccidenteerd terrein, rabatten met diepe greppels, en natte, rulle of anderszins kwetsbare bodems. Het motto was: als het daar lukt zonder schade aan bos en bodem dan lukt het overal. Het kwetsbaarste proefgebied was de boswachterij Schoorl (nu De Schoorlse Duinen) waar de dunning van het zeventig jaar oude naaldbos jarenlang was uitgesteld omdat de kost ver boven de baat uit zou gaan en paarden en trekkers veel moeite zouden krijgen om de gevelde bomen van de duinhellingen het bos uit te slepen. Toen ik mijn collega’s ter plaatse dus voorstelde hun geplande dunning in de proef op te nemen werd dat idee met gejuich ontvangen, vooral omdat het deficit ten laste van de proef zou komen.

Waarom vertel ik dit inleidende verhaal? Omdat er tijdens de voorbereiding en uitvoering van het project iets eigenaardigs gebeurde: ik werd verliefd op dat bos bij Schoorl dat onder barre omstandigheden haar functies als schermbos en wandelgebied perfect had vervuld.

U leest dus het begin van een liefdesverhaal. En nu mijn geliefde bedreigd wordt wil ik met dit essay helpen haar van de ondergang te redden en weer de plaats te geven die ze volgens mij en duizenden andere bosliefhebbers verdient.

1 SBB-publicatie Herenboer in hout. J Vis Staatsbosbeheer Dienstverlening oktober 1998

De eed van Hippocrates

De aanleiding van dit verhaal is het conflict dat in de boswachterij De Schoorlse Duinen is gerezen tussen Staatsbosbeheer en de provincie Noord-Holland enerzijds en een groep verontruste bosliefhebbers onder de burgers anderzijds. De inzet is de vernieling van een forse oppervlakte naaldbos achter de zeereep. Die stukken bos – totaal bijna 100 ha - moeten volgens Staatsbosbeheer en Provincie verdwijnen om de wind vrij spel te geven zodat het stuifduin van weleer terug kan komen en deel gaat uitmaken van een keten van z.g. grijze duinen die vanaf Denemarken langs de Noordzeekust tot in België reikt.

Maar dat stuifduin was begin vorige eeuw nu juist de reden om op die plek bos te planten. Destijds was het duin een grimmige zandwoestijn. Elke storm vanuit zee blies dikke lagen zand in de tuinen en op de daken van de huizen in de aangrenzende dorpen. De inwoners kregen schoon genoeg van zandscheppen en drongen er bij de autoriteiten op aan het duin vast te leggen.

Dat gebeurde aan het eind van de jaren twintig. Niet met helmgras, zoals gebruikelijk in de duinstreek, maar met naaldbomen die het onder die barre omstandigheden langer volhouden dan een helmbeplanting. De vraag was welke boomsoorten daar zouden kunnen overleven. De omstandigheden waren zo beroerd dat de bosbouwers na mislukte experimenten met inheemse boomsoorten uitweken naar Oostenrijkse en Corsicaanse den: ‘zwarte’ pijnbomen die in hun herkomstgebied bewijzen dat ze in zo’n boomonvriendelijk terrein kunnen gedijen.

Het lukte wonderwel. De zwarte dennen veranderden het ongastvrije stuifduin in een lieflijke oase waar de inwoners van Schoorl, Groet, Bergen en Camperduin en hun talloze toeristen graag vertoeven. De omwonenden houden van hun bos en willen niets liever dan dat het in stand blijft. Groot was dan ook hun ontzetting toen in 2016 houtoogstmachines het bos kaal kapten, gevolgd door bulldozers die de stobben er uit haalden, waarna een woestijnachtige vlakte overbleef. De motivering van Staatsbosbeheer en Provincie voor kaalslag was voor de burgers hoogst onbevredigend. De dorpsbewoners hadden geen boodschap aan het ecologenspeeltje grijze duinen en eisten hun bos terug.

Het conflict liep hoog op, maar het ziet er naar uit dat Staatsbosbeheer als boseigenaar en de Provincie als geldschieter het pleit gaan winnen. Dat het een Pyrrusoverwinning is en Staatsbosbeheer haar goede naam als betrouwbare bosbeheerder verliest is kennelijk van ondergeschikt belang. We zullen later in dit verhaal zien hoe Staatsbosbeheer probeert het verloren vertrouwen terug te winnen, maar bij de inwoners van de duindorpen is dat vertrouwen weg. Het zit me dwars, want ik heb lang en met veel voldoening voor die dienst gewerkt en het doet me pijn dat mijn Staatsbosbeheer zich zo door het slijk laat sleuren.

Schoorl is niet de enige staatsboswachterij waar ecologen bos vernielen om hun letterlijk laag-bij-de-grondse plannetjes door te drukken. Ook in de Gelderse Achterhoek is een actieve burgerprotestgroep ontstaan die zich keert tegen de kaalkap van staatsbossen in hun regio. Op de Amerongse Berg en op de Lemelerberg gebeurt hetzelfde, al is het protest daar (nog) niet georganiseerd. Gaat het in Schoorl, Achterhoek en Amerongse Berg om honderden hectaren vernield bos, in Flevoland hebben de ecologen een truc bedacht om duizenden ha bos naar de barrebiezen te helpen zonder dat het direct in het oog valt: vernatting. Ze stoppen de sloten af waardoor het grondwater opstijgt tot het maaiveld en de bomen langzaam, maar onafwendbaar verzuipen. De z.g. Stille Kern, in het hart van het Horsterwold biedt het intens treurige beeld van verdronken bossen. Ook in het Bremerbergbos, het Hollandse Hout en het Hulkesteinse Bos zijn de bomen welbewust met hun voeten in het water gezet en voeren ze een vergeefse strijd om te overleven. Het beeld van die stervende bossen is schokkend voor een bosliefhebber: alsof je gedwongen wordt naar een openbare executie te kijken. Maar voor ecologen werkt het aanstekelijk. Onlangs las ik in het huisorgaan van Staatsbosbeheer het verhaal van een boswachter die triomfantelijk meldde dat hij met die vernattingstruc een oud douglasbos in Drenthe had verzopen. Vreemd genoeg is er in de burgerij niemand die hiertegen protesteert, terwijl je zeker in de vlakke polder zou verwachten dat de inwoners zuinig zijn op hun bos. In Flevoland bestaat bovendien de unieke situatie dat het merendeel van 15.000 ha bossen die er tussen 1958 en 1980 zijn aangeplant op de beste landbouwgrond ter wereld staan. De boeren waren jaloers (begrijpelijk!) en wij, bosbouwers, waren er dolblij mee. Het Horsterwold is met 4000 ha een van de grootste loofbossen van Europa. Het kan zich op die prachtgrond ontwikkelen tot een legendarisch woud dat beroemde Europese loofbossen naar de kroon steekt, maar die gouden kans iets unieks tot stand te brengen is door dat verdronken bos in het hart van de boswachterij verkeken.

Doodzonde. Ik zal het woord misdadig niet noemen, hoewel ik als misdaadauteur in de verleiding kom. Wat hier gebeurt, onder het geloken oog van Nêerlands volk is iets om diep over na te denken. Dat mogen we helaas niet verwachten van de daders. Ecologen zijn zo verblind door hun eigen doeleinden dat ze burgerprotesten tegen de bosvernietiging vooral als hinderlijk beschouwen. Maar ik verwacht van de leiding van Staatsbosbeheer en de Provincie dat ze die protesten serieus nemen en bij zichzelf nagaan waarom zij, in het op twee na bosarmste land van Europa, hun oren laten hangen naar mensen die in naam van de natuur zo minachtend met ons aller bos omgaan.

In januari trad ik namens de burgerprotestgroep uit Schoorl, samen met twee andere oud-Staatsbosbeheerders, op als getuige-deskundige in een hoorzitting die Provinciale Staten had georganiseerd over de boskap in De Schoorlse Duinen. Het moest de apotheose worden van het conflict, maar deze hoorzitting werd een dieptepunt waarin ik ecologen op het spreekgestoelte teksten hoorde verkondigen die elke bosliefhebber de rillingen over de rug jagen. Het is duidelijk dat partijen niet bij elkaar komen. De prangende vraag blijft: hoe kon het zover komen?

Vandaar dit verhaal. Ik probeer te duiden waarom het zo uit de hand liep, wat de motieven van de ecologen zijn en ik bied een oplossing om te herstellen wat ze vernielden. Ik spits het toe op Schoorl, omdat ik door de protestgroep ben uitgenodigd, maar waar dat te pas komt zal ik ook iets zeggen over andere bedreigde bossen. Bovendien kunt u de meeste bezwaren die in Schoorl gelden één op één overplanten naar die andere bossen.

Of mijn oplossing van het conflict ook de oplossing wordt voor Staatsbosbeheer blijft uiteraard in het midden. Maar ik hoop dat mijn verhaal stemt tot nadenken en inkeer. Zo niet nu, dan wellicht in de nabije toekomst. Voor het te laat is en ecologen overal waar ze de kans krijgen Staatsbossen kappen ten gunste van hun korte- of nul-vegetaties. Ik wil de lezers die op welke manier dan ook bij de hier beschreven kwestie betrokken zijn een spiegel voorhouden.

Bos kappen om er stuifduin of hei van te maken is net zo absurd als het omgekeerde. Zelfs de meest notoire bosbouwer zal het niet in zijn hoofd halen een heideveld in zijn beheersgebied om te ploegen om er bos op te zetten of een eeuwenoud stuifzandgebied te bebossen. Maar in stand houden van bos is in ons vak een heilige plicht. Bosbouwers, waar ook ter wereld, hebben één allesbepalend principe dat net zo zwaar weegt als de eed van Hippocrates voor de medische stand: Bos blijft Bos. Dat principe is leidend voor dit betoog.